Waarom de Ellemeet eigenlijk de Serooskerke moest zijn

Op 28 augustus 1925 vielen er twee meteorieten neer in Zeeland. De grootste massa sloeg in op de akker van Leendert Reynier Blom in het Prunjebevang (de hedendaagse Prunjepolder). Na de inslag werd de meteoriet uitgegraven en via een onderwijzer naar het KNMI en de Universiteit Utrecht gestuurd. De meteoriet kreeg de naam Ellemeet, alleen bleek 90 jaar na dato dat die naam achteraf bezien, eigenlijk onjuist is.

Volgens de nomenclatuurregels van de internationale naamgevingscommissie krijgen meteorieten doorgaans de naam van een geografische locatie in de buurt. Het dichtstbijzijnde postkantoor is daar dus niet per se leidend voor, wat menig urban myth je ook doet geloven. Je zou daarom verwachten dat de meteoriet vernoemd zou worden naar het dorpje Serooskerke, waar de meteoorsteen praktisch naast insloeg. Ook op basis van de inslagplek van de tweede massa aan de andere kant van het dorp zou Serooskerke de meest logische naamgever maken. Het verliep anders. De steen kreeg de naam Ellemeet, naar het dorp dat op enkele kilometers afstand ligt. Daar lijkt de gemeentegrens een rol gespeeld te hebben. De oude gemeentegrens van Ellemeet was een opmerkelijke in dat deze zich over de volle breedte van het eiland uitstrekte. Het Prunjebevang dat diametraal aan de andere kant van het eiland lag, was dus onderdeel van de gemeente Ellemeet. De onderzoekers die de naam voorstelden waren waarschijnlijk onvoldoende op de hoogte van de plaatselijke geografische situatie. Hierdoor kreeg de steenmeteoriet de naam van de gemeente waarbinnen de inslag plaatsvond. Dankzij het historisch onderzoek naar de kadastrale leggers en kaarten uit 1925, kon het weiland van de inslaglocatie eindelijk goed op de kaart worden gezet. En voor wie het precies wilt weten, het vroegere weiland van de inslag ligt op NB 51°42,0860 OL 3°49,7890.

Reconstructie van de meteorietinslag van de Ellemeet, op basis van het kadasteronderzoek van de Vet, 2015. De locatie van de Ellemeet massa in het Prunjebevang is goed te herleiden, maar de tweede kleinere massa is een stuk onduidelijker. Hiervan is alleen bekend dat deze op 1,5 tot 2 km afstand ten westen van de andere viel. Foto credit: Sebastiaan de Vet (credits satellietbeeld: NASA/GSFC/METI/ERSDAC/JAROS, and U.S./Japan ASTER Science Team